GARAGE SALE
SAS VAN GENT

Copyright © Alle rechten voorbehouden. BBS



Zaterdag

6 oktober

2018

Vanaf

08.00

tot

16.00

uur

Your SEO optimized title page contents
google66f63ad68701d7de.html

KEIZER KAREL V

Karel de Vijfde was net 15 jaar toen hij Heer der Nederlanden werd. Een jaar later werd hij ook koning van Spanje en de Spaanse gebieden in Zuid- en Midden-Amerika. In 1519 - hij was toen pas 19! - werd hij tot keizer van het Duitse Rijk gekozen.

Karels vader heette Filips de Schone

In de eerste helft van de 16e eeuw bestonden de Nederlanden uit verschillende gewesten, gebieden met eigen wetten en regels. Eén ding was voor allemaal hetzelfde: hun landsheer Karel V.
Karels vader was hertog Filips de Schone. Filips was een zoon van de machtige adellijke familie Bourgondië. Sinds het einde van de 14e eeuw hadden de Bourgondiërs veel hertogdommen en graafschappen in de Nederlanden in handen gekregen. Via zijn moeder erfde Karel ook grote stukken van Spanje. Filips stierf toen Karel nog jong was, en zo kwam het dat Karel al jong moest regeren.

Sinds Karel de Grote had niemand meer zo'n groot rijk gehad in Europa. De baas zijn over dit grote rijk bracht veel problemen met zich mee. Zo waren er Duitse koningen, die Karel liever niet als keizer wilden. Turken bedreigden zijn rijk in het zuidoosten. En de Franse koning bekeek de uitbreiding van Karels rijk zeer wantrouwend. Zo trok Karel van oorlog naar oorlog en dat kostte veel geld. Een deel van dat geld kwam uit de rijke Nederlanden.


Karel wilde van de Nederlanden een eenheid maken. Daarvoor veroverde hij ook de laatste zelfstandige gewesten: Groningen en Gelre (nu Gelderland). Niet iedereen was blij met het idee van één Nederland. De steden verzetten zich tegen de hoge belastingen en ze wilden al hun rechten graag houden. De edelen waren bang om hun belangrijke banen kwijt te raken aan de ambtenaren van Karel.

Er waren ook mensen die lid van de protestantse kerk waren of wilden worden. Karel wilde maar één kerk en dat was de rooms-katholieke kerk. Dat gaf veel spanningen, zeker omdat hij mensen die het niet eens waren met de rooms-katholieke kerk hard aanpakte. Deze mensen werden ketters genoemd en kwamen vaak in de gevangenis terecht. Steeds meer Nederlandse edelen en burgemeesters vonden dit vreselijk. Zij vonden juist dat mensen met andere geloven prima naast elkaar moesten kunnen leven.

Op 25 oktober 1555 kon Karel niet meer. Hij was nog maar 55 jaar oud, maar al die oorlogen, al die zorgen en zijn jicht (een botziekte) waren hem te veel geworden. In de gouden zaal van zijn Brusselse paleis gaf hij zijn kroon - en zijn rijk - aan zijn zoon Filips de Tweede. Ondersteund door de jonge prins Willem van Oranje vertelde hij de mensen over zijn liefde voor de Nederlanden, wat hij voor Nederland had gedaan en waarom. Hij vroeg ook vergeving voor zijn fouten. Hij wilde graag dat iedereen zijn opvolger Filips II net zo trouw zou zijn, als ze hem waren geweest.
Zijn laatste jaren bracht Karel door in een Spaans klooster. Daar stierf hij in 1558.